Op zondag 14 juni werd op het complex van KDO voor de eerste keer een survivalrun georganiseerd. Wat maakt de combinatie van rennen met hindernissen zo aantrekkelijk?
Laten we die vraag maar meteen beantwoorden: survivalrunning biedt een complete uitdaging. De nadruk ligt op kracht, souplesse, klimtechniek, doorzettingsvermogen, concentratie en moed. Dit alles maakt dat survivalrunning in Nederland is uitgegroeid tot een van de snelst groeiende sporten. Het evenement bij KDO kende een open start, wat betekent dat de deelnemers van start konden gaan tussen half elf en half twaalf. Onder het startdoek liet een vrijwilliger voor elke deelnemer een startsignaal klinken met een gastoeter, en vanaf dat moment was het ieder voor zich. Onder de deelnemers bevonden zich opvallend veel ouders met opgroeiende kinderen.
Bamboepalen
De eerste oefening draaide om oog-hand-coördinatie. Er lagen vijf dikke planken klaar, waar deelnemers met een klauwhamer spijkers in moesten slaan. Kinderen keken met een mengeling van trots en bewondering toe hoe hun stoere vaders die klus met twee of drie slagen klaarden. Bij oefening nummer vijf moesten de deelnemers de apenhang uitvoeren, waarbij ze zich hangend aan armen en benen onder een touw moesten verplaatsen. Meteen daarna mochten ze over drie samengeknoopte bamboepalen balanceren, die over een modderige sloot waren gelegd. De palen veerden vervaarlijk door, wie zijn evenwicht verloor, liept een nat pak op. Aan de overkant wachtte een veilig weiland, waar de deelnemers verdwenen tussen buigend riet en ruisend geboomte.
Zelfvertrouwen
Alle oefeningen waren uitvoerbaar voor zowel absolute beginners als gevorderden. Vrijwilliger Dennis postte bij een kabel die tussen twee bomen was gespannen. Hij gaf jeugdige deelnemers wel aanwijzingen hoe de hindernis bedwongen moet worden, maar helpen of meetillen deed hij niet. ‘Als kinderen er in slagen op eigen kracht boven te komen, kunnen ze ook op eigen kracht weer naar beneden. Dat sterkt het zelfvertrouwen. Wel sta ik klaar om te vangen als er een valt. Gelukkig is dat nog niet nodig geweest, klonk het.

Strafrondje
Bij survivalrunning komen echt alle spieren aan bod. Zo lagen er in een weiland kruipnetten, waar de deelnemers onderdoor moeten tijgeren. Een stukje verder moesten ze headfirst over een net duiken, een proef waar best moed voor nodig is. Onder het clubhuis van KDO was in de corridor naar de kleedkamers een heuse schietbaan ingericht. Net als bij biathlon moesten de deelnemers op hun buik gaan liggen, even de adem inhouden, richten en drie maal schieten met een pijltjespistool. Wie misschoot, moest een ‘strafrondje’ over het handbalveld lopen.
Mission impossible
Marielle Jongkind (40) uit Uithoorn is van huis uit basketbalspeelster, ze heeft pas een keer eerder aan survivalrunnning gedaan. Maar dat was zo goed bevallen, dat ze hier met zoon Sven (7) aan de start is verschenen. Hoe kijkt ze terug op het evenement? ‘Het was vooral kindvriendelijk, variërend van het parcours, de oefeningen tot de vrijwilligers. Iedereen was bereid uit te leggen hoe een oefening moet worden uitgevoerd en ons vervolgens aan te moedigen. Sven en ik hebben ervoor gekozen om tussen de oefeningen te rennen, om er toch een wedstrijdelement in te brengen. Het zwaaien tussen de ringen was echt een mission impossible, ze hingen voor mij te ver van elkaar af. Ik denk dat ik morgen spierpijn in mijn armen heb.’