In onze rubriek CLOSE UP stellen spelers, trainers, bestuurders en vrijwilligers van KDO zichzelf voor. Dit keer is het de beurt aan Raymond de Jong (57) uit De Kwakel, die in het nieuwe seizoen zal fungeren als hoofdtrainer van de voetbalselectie.
Raymond is getrouwd met Carla, heeft drie dochters van 33, 31 en 24 jaar en is inmiddels de trotse opa van een kleinkind. Bij KDO is hij geen onbekende: van 2010 tot 2020 stond hij reeds als oefenmeester voor de hoofdmacht.
Wie is Raymond?
‘Een mensenmens. Dol op gezelligheid, zachtaardig en empathisch. Die gevoelige kant van mij is zelfs nog wat sterker geworden met het klimmen der jaren. Maar vergis je niet, ik kan ook prima voor mezelf opkomen. Spelers kennen me als een trainer die zegt waar het op staat. Dat kan hard overkomen, in het heetst van de strijd. Na afloop spreek ik vaak verzoenende woorden, zodat iedereen zich weer senang voelt. Maar al met al ben ben ik minder fanatiek dan eerst. Zo lag ik vroeger regelmatig in de clinch met scheidsrechters. Dat doe ik niet meer.’
Mooiste sportmoment
‘In het seizoen 1989 - 1990 was ik overgestapt van V.D.O Uithoorn naar Aalsmeer, iets waar mijn vader nog boos over was geweest. In dat jaar kwam ik halverwege het seizoen in de basis en we verloren geen wedstrijd meer, met als gevolg dat we kampioen werden.’
Grote voorbeeld
‘Jan Zoutman.Ik ben drie jaar lang zijn assistent geweest bij Argon, waar we beschikten over goede spelers en de nodige prijzen wonnen. In die tijd werkten we met het periodiseringsmodel van Raymond Verheijen. Dat is gericht op het opbouwen van voetbalconditie gedurende een heel jaar. Twee jaar eerder had ik bij Verheijen een cursus gevolgd over de toepassing van zijn model. En Jan Zoutman volgde diezelfde cursus tijdens zijn opleiding voor oefenmeester 1. Dat was allemaal nieuw en vooruitstrevend in die tijd. Jan en ik pasten het periodiseringsmodel vervolgens met succes toe bij Argon. En ik gebruik het - met hier en daar een aanpassing - nog steeds.’
KDO
‘Een warme en gezellige club, met diepe roots in De Kwakel. Wat ik fijn vind aan Kwakelaars? Ze laten een ander in zijn waarde. Dat is deel van de dorpscultuur, dat zit de mensen in de genen. Harde werkers en door de bank genomen nuchter en verstandig, tot er een feestje op de agenda staat. Dan gaan alle remmen los en schudt het dorp op zijn grondvesten. En als het even minder met je gaat, steken Kwakelaars je een helpende hand toe. Ja, dat heb ik allemaal aan den lijve ondervonden.’
Toekomstvisie
‘De huidige selectie telt 37 veldspelers en 4 keepers. Het is een groep met veel potentie. Wij gaan er als begeleiding hard aan werken om een eenheid smeden. Niet alleen maar hard trainen, maar daarnaast ook leuke dingen doen. Zoals gezellig barbecueën of met zijn allen en op trainingskamp gaan. Spelen we thuis? Dan verwacht ik dat degenen die niet spelen komen kijken en aanmoedigen. Uiteindelijk moet er een sterke selectie ontstaan waarmee we de toekomst kunnen waarborgen voor prestatievoetbal.’
Dit doe ik nooit meer
‘Op een vrijdagavond had ik de nodige alcohol op. Ik lag op zolder mijn roes uit te slapen, op een bed dat naast het trapgat stond. Toen ik opstond om naar het toilet te gaan, gleed ik uit en dook regelrecht het trapgat in. Pas dertien treden lager werd mijn zweefduik gestuit, en de volgende zaterdag heb ik op pijnstillers geleefd. Op de club heb ik eerlijk opgebiecht wat me was overkomen. Maar ik had werkelijk m’n nek kunnen breken. Tegenwoordig pak ik minder shotjes, maar soms, als het erg gezellig is, kan ik moeilijk weigeren. Nee, ik denk niet dat ik een goed voorbeeld ben voor jeugd.’
Favoriete training
‘Een partijtje zes tegen zes. Afrondvormen voor de goal creëren door realistische spelsituaties te combineren met veel herhalingen, een hoge intensiteit en directe weerstand. Mijn spelers leren zo onder druk een betere passing aan, inspelen, positie innemen en sneller handelen. Als je dat vervolgens terugziet in een wedstrijd, denk je: nou, we zijn niet voor jandoedel aan het trainen geweest.’
Anecdote
‘Toen ik een jaar of 18 jaar oud was, gingen we met een mannetje of dertig vanuit Uithoorn naar Oostenrijk. Met een stokoude touringcar van busmaatschappij Keese tuften we erheen, een vriend had ter plekke slaapplaatsen geregeld. Na een stevige bergwandeling kwamen we aan bij een eettent waar we ons konden uitleven met bier, schnitzels en vals gezang. Na afloop raadde de waard ons aan vooral de bergpaden te volgen. Want die steile alpenweiden waren gevaarlijk, vooral in het donker. Maar eigenwijs als we waren, besloten we om de kortste weg te nemen, dwars door die steile weiden. Dat was een ernstige misrekening. De lange afdaling zorgde voor pijnlijke knieën, een loopdrafje ontaardde in een dolle sprint die ik alleen maar kon stoppen door mezelf te laten vallen. Aan de voet van de weide zorgde gletsjerwater voor een modderpoel waarin ik een vastgezogen schoen verloor. De moraal van dit verhaal: volg altijd aanwijzingen van locals op.’
Bijgeloof
‘Als de juf vroeger op school wat ging verloten, schreef ze een getal op de achterkant van het schoolbord dat we moesten raden. Ik had in de gaten dat dat heel vaak 13 was, en zo werd dat mijn geluksgetal. Toen ik in het eerste van Aalsmeer speelde, vroeg ik aan mijn trainer waarom ik niet met rugnummer 13 mocht spelen, en waarom dat shirt altijd ontbrak. ‘Zondag speel je met 13', antwoordde hij, ‘ik regel dat voor je’. De avond voor die wedstrijd droomde ik dat ik met ‘mijn’ rugnummer 13 drie keer zou scoren. Wat prompt gebeurde. Op het hoogste amateurniveau is dat niet voor iedereen weggelegd, een hattrick scoren. Maar mij lukte het wel. Dankzij mijn geluksgetal.’
Lijf en leden
‘Als speler was ik een echte werker. Ik ging vaak door roeien en ruiten, en dan loop je fysiek de nodige averij op. Daar komt bij dat ik, zoals gezegd, nooit vies was van een neut na de wedstrijd. Lang verhaal kort: anno 2026 is mijn lijf niet meer nagelnieuw. Ik heb hamertenen, artrose op mijn wreef, verrotte enkels en een stalen heup. Vroeger dwong ik als trainer respect af met mijn balvaardigheden, tegenwoordig breng ik de oefenstof verbaal over.’
Gouden tip
‘Leef bij de dag. Het kan zomaar gebeurd zijn met je. En blijf niet hangen in een boze bui, ruzie of tegenslag. Hoe moeilijk dat soms ook is. Bedenk dat we daar op ons levenspad allemaal mee te maken krijgen.’
CLOSE UP is een nieuwe 2-wekelijkse rubriek die wordt geschreven door onze sporthalbeheerder Peter Klooster.

