In onze rubriek CLOSE UP stellen spelers, trainers, bestuurders en vrijwilligers van KDO zichzelf voor. Dit keer is het de beurt aan whizzkid Leo van de Rotten (72) uit De Kwakel.
Palmzondag viel in 1954 op 11 april, en het was uitgerekend op die katholieke feestdag dat het gezin Van de Rotten werd verblijd met de komst van Leo. Hij groeit op in een wereld die dan nog overwegend bestaat uit sloten, weilanden en rietkragen. Zijn eerste baantje vindt hij bij rozenkweker Jan de Haan aan de Vuurlijn, en na het afronden van de hogere tuinbouwschool gaat Leo aan de slag bij het Ministerie van Landbouw. Na 1987 gooit hij het roer om en wordt zelfstandig ondernemer in de metaal. ‘Zodoende heb ik KDO drie stalen vlaggenmasten cadeau gedaan toen de vereniging het 75-jarig jubileum vierde.’
Wie is Leo?
‘Ik sta graag tussen de mensen. Ik participeer actief in het clubleven en denk graag mee als er een beroep op mij wordt gedaan. Als er een goed idee is, moeten we kijken of we dat kunnen realiseren. Vooral als de vraag op het technische vlak ligt, word ik enthousiast. Voor mij geldt: nee is pas nee is als iets echt technisch of praktisch onmogelijk is. Ik ben een uitgesproken beta, daar ligt mijn kracht. Ik bedenk, ontwikkel en toets, waarna anderen ermee aan de slag kunnen.’
Mooiste sportmoment
‘In principe vind ik alle sporten mooi die met plezier en enthousiasme worden beoefend. En ik kan genieten van een absolute topprestatie, zoals die werd geleverd door de Zweedse polsstokhoogspringer Duplantis, toen die in maart van dit jaar over 6m31 sprong. Autocoureur Max Verstappen verdient honderd keer meer dan die Zweed, maar dat maakt mijn waardering alleen maar groter. Van een goede pot voetbal bij KDO kan ik trouwens ook genieten. Ik probeer alle thuiswedstrijden bij te wonen, inclusief de derde helft.’
Grote voorbeeld
‘Ik kom uit een gezin van negen kinderen. We hebben fijne ouders gehad, die de lijnen voor ons uit hebben gezet. Hun belangrijkste les luidde: sta altijd open voor een ander. Ja, dat heeft deels te maken met de katholieke opvoeding die we hebben genoten. Mijn moeder vond eerlijkheid en oprechtheid een groot goed, want dat maakt het leven gewoon veel makkelijker. Mijn ouders waren mensen van weinig woorden. Ze motiveerden ons door het goede voorbeeld te geven.’
KDO
‘Bij KDO moeten heel wat klussen en reparaties worden gedaan. Daarvoor sta ik altijd klaar, samen met Steef Verlaan. Het levert ons ontzettend veel waardering op. Verder heb ik voor KDO altijd energieberekeningen gemaakt. In 1982 werkte ik op het Ministerie van Landbouw. Daar kreeg ik de opdracht om een model te ontwikkelen voor de berekening van energiekosten in de tuinbouw. Als het bestuur van KDO mij benadert met de vraag of onze zonnepanelen voldoende capaciteit leveren om het douchewater te verwarmen, dan laat ik daar datzelfde rekenmodel op los. Daar heb ik een aantal gegevens voor nodig, zoals waterverbruik, piekmomenten tijdens het douchen en de hoeveelheid energie die nodig is om de watertemperatuur een aantal graden omhoog te brengen. Als ik over al die parameters beschik, kan ik uitrekenen wat haalbaar en voordelig is. En kan ik antwoord geven op de vraag of we van het gas af kunnen.’
Toekomstvisie
‘Het aanbod van sporten groeit, er valt tegenwoordig voor kinderen steeds meer te kiezen. Het aandeel van voetbal zie ik in de toekomst krimpen. KDO speelt goed in op deze maatschappelijke trend door zich te positioneren als omnisportvereniging. Verenigingen die alleen maar voetbal aanbieden, krijgen het mijns inziens veel lastiger om te overleven. KDO moet vooral doorgaan met uitdragen wat we allemaal in huis hebben. De opening van het beachpark is een goed voorbeeld van onze creativiteit.’
Romantiek
‘Mijn Jannie heb ik ontmoet op dansles, in 1971. Dat was bij dansschool Liebregts, die was gevestigd in het parochiehuis van de Schanskerk in Uithoorn. Op een gegeven moment kwamen Jannie en ik samen te dansen, er was meteen een klik en het voelde goed en vertrouwd. Een afspraakje maken was niet eens nodig, alles ging vanzelf. Later zijn we in de Schanskerk getrouwd, volgend jaar vieren we ons gouden jubileum.’
Favoriete training of workout
‘Toen ik jong was, deed ik aan hardlopen. Ik was gespecialiseerd in middellange afstanden en genoot van pittige intervaltrainingen. Later ben ik ook gaan squashen, maar dat kan ik nu niet meer. Om fit te blijven trek ik er regelmatig op uit met mijn toerfiets. Maar mijn hart ligt nog altijd bij de atletiek.’
Anecdote
‘Op zondagmiddagen werden mijn broer Harry en ik door onze moeder Martha naar KDO gestuurd. We waren dartele jongens van vier en zes jaar oud, dwars door de weilanden banjerden we naar het sportpark. Slootjes staken we over via wiebelende planken. Als we in de sloot donderden, werd thuis gewoon de modder even van ons afgespoeld. Zo heeft het leven op het platteland heeft ons gehard. Als ouders dat tegenwoordig zo zouden doen, werden ze aangeklaagd voor kindermishandeling, haha!’
Perfectionist
‘Zeker, ik reken door tot ver achter de komma, zeg maar. Alles voor het beste resultaat, en als iets niet naar mijn zin is, dan pleur ik het weg en begin opnieuw. Die gedrevenheid kenmerkt alle Van de Rottens.’
Lijf en leden
‘Mijn gezondheid begint me jammer genoeg in de steek te laten. Mijn rug is versleten, ik heb ouderdomsdiabetes en last van chronisch handeczeem. Dat laatste begon rond mijn vijftigste, toen ik op mijn handen kloofjes kreeg die niet wilden genezen. Ik heb verschillende dermatologische klinieken afgelopen en kwam uiteindelijk terecht bij een geneesheer die een nieuw medicijn wilde uitproberen. Ik mocht fungeren als proefkonijn, het middel bleek verbazingwekkend goed te werken. Mijn sterke punt? Ik sla me overal doorheen!’
Gouden tip
‘Zet je over tegenslagen heen en blijf altijd de zonnige kant zien. Jannie kreeg in 1980 een hersentumor, waaraan ze succesvol is geopereerd. Ik ben in die moeilijke tijd goed opgevangen door collega’s op het ministerie. Ze gaven me een ongelofelijk moeilijke klus, waarin ik me helemaal kon vastbijten. Dat werkte, ik hield vertrouwen in de goede afloop en in 1991 kregen Jannie en ik een gezonde dochter. We noemden haar Femke, naar de verpleegkundige die Jannie indertijd zo liefdevol heeft verzorgd.’
