In onze rubriek CLOSE UP stelt bestuurslid van hockeyclub Qui Vive Marcel Bon (54) uit Uithoorn zich voor. Qui Vive huurt in de wintermaanden de sportzaal van KDO voor zaalhockeytrainingen en competitie.
Marcel Bon studeerde Commerciële Economie en speelde ruim 40 jaar hockey, in de jeugd als voorstopper, later als middenvelder. ‘Mijn techniek liet te wensen over, dat compenseerde ik met mijn inzet, loopvermogen en spelinzicht. Twee jaar geleden ben ik gestopt, omdat het heilige vuur er niet meer was. Tegenwoordig geef ik trainingen aan de jeugd en ben ik al ruim 7 jaar bestuurslid bij Qui Vive.’
Wie is Marcel Bon?
‘Een positief ingesteld mensenmens. Sociaal, eerlijk en positief. Ik denk liever niet in problemen, maar in oplossingen. Zo was Qui Vive in coronatijd een van de weinige verenigingen waar sportbeoefening gewoon doorgang kon vinden. Dat lukte omdat we goed hebben uitgezocht wat er wél mogelijk was binnen de beperkende kaders. Op de parkeerplaats werd een drive-through ingericht waar ouders hun kinderen konden afzetten, sporten vond doorgang met inachtneming van de anderhalve meter afstand. Dit allemaal in overleg met de gemeente uiteraard. Zo konden alle kinderen op Qui Vive nog lekker blijven sporten, bewegen en elkaar zien (binnen de regels) in deze moeilijke periode.’
Mooiste sportmoment
‘Lastig kiezen. In ruim 40 jaar hockey heb ik zelf veel mooie wedstrijden, kampioenschappen en gezellige derde helften meegemaakt. Daarnaast heb ik een aantal keer de Dam tot Damloop gelopen en dat waren onvergetelijke ervaringen. Maar als sportliefhebber bezoek ik ook graag sportevents. Van een onvergetelijk EK schaatsen in Thialf en het Olympisch stadion, tot glorieuze en hartverscheurende Ajax-wedstrijden, voorheen ook het Olympisch stadion en tegenwoording in de ArenA. Als kind groeide ik op in Amstelveen, in de buurt van het Wagener hockeystadion. Als Nederland daar toen interlands speelde, dan was ik erbij. Dat was nog in de tijd van Ties Kruize, Tom van ’t Hek en keeper Pierre Hermans. In 2010 ben ik samen met een vriend naar Zuid-Afrika gereisd voor het WK voetbal. Naast het bezoeken van 2 wedstrijden van Nederland, zagen we op het centrale plein in Kaapstad (op een scherm) hoe het gastland tegen Frankrijk speelde, ze wonnen verrassend met 2 -1. Ik stond in een Zuid-Afrikaans shirt tussen 50.000 Zuid-Afrikaanse fans en was onderdeel van een uitbarsting van ongekend enthousiasme. Een onvergetelijk moment.’
Grote voorbeeld
‘Ook daarvoor moet ik even terug in de tijd. Het grootste deel van mijn hockeycarrière lag bij HIC in Amstelveen, waar ik ook 7 jaar in het bestuur heb gezeten. Vooral van toenmalig voorzitter Jaap Mulders heb ik veel geleerd. Jaap was charismatisch, beschikte over visie en wilde vooruit. Van hem heb ik geleerd dat denken in mogelijkheden hetzelfde is als investeren in de toekomst. Ook bij Qui Vive heb ik veel geleerd van voorzitters met wie ik heb mogen samenwerken, zoals Rob Das en Pieter Litjens. Net als diverse bestuurs- en commissieleden waarmee we veel werk verzetten om het voor onze (jeugd)leden zo goed mogelijk te organiseren en iedereen een mooie tijd op Qui Vive te geven. De mix van vaardigheden, ervaringen en inzichten van al deze personen maken het interessant en leerzaam. Binnen een jeugdafdeling is de teamindeling altijd een flinke uitdaging die je in feite nooit 100% goed kan doen. Je wil liefst iedereen tevreden stellen, maar dat gaat niet altijd. Helder communiceren en keuzes/ afwegingen toelichten zijn dan belangrijk.’
KDO
‘Hockey is een buitensport, van december tot en met februari hebben we een winterstop. In die periode spelen vrijwel alle teams zaalhockey, dat sneller, technischer en spectaculairder is dan buiten. Er is minder speelruimte, we betrekken de balken die het veld afbakenen in het spel en er wordt meer gescoord. Zeker voor de jeugd is zaalhockey heel erg leerzaam gezien de snelheid en de technieken. Qui Vive heeft geen indoorfaciliteiten, maar uiteraard willen we alle teams wel graag indoor laten trainen. Onze zaalhockeycommissie is erg druk om dit voor alle teams te organiseren en zaalruimte te huren. We zijn heel blij dat we daarvoor bij KDO terecht kunnen. Bij De Scheg kunnen we soms een uur terecht. Dat heeft nauwelijks zin, omdat er maar veertig minuten speeltijd overblijft na het leggen en opruimen van de balken. Bij KDO kunnen we meer tijd inkopen, en daar zijn we superblij mee. Afstemming, planning en ondersteuning; alles gaat van een leien dakje. KDO voelt als een warm bad. Een goede buur is altijd beter dan een verre vriend.’
Toekomstvisie
‘We hebben met Qui Vive net een zware periode achter ons gelaten. Op dit moment zijn we aan het terugveren, maar daar zijn wel een aantal moeilijke ingrepen aan vooraf gegaan. We hebben afscheid moeten nemen van een aantal professionals, de club draait nu louter op vrijwilligers. In financieel opzicht gloort nu licht aan het einde van de tunnel. Het is nu zaak dat het ledental weer aantrekt. Vooral bij de jeugd is er gelukkig sprake van groei. Op de zondagochtend rennen er ruim 60 stokstaartjes (kinderen van 4-6 jaar) over de velden van Qui Vive. Ook de jongste jeugdteams groeien. De overstap van de oudste jeugd naar de senioren is een kritische fase. Dit is een landelijk probleem bij veel sportverenigingen. Wij proberen actief om die categorie aan boord te
houden. Zelf ben ik binnen het bestuur verantwoordelijk voor de jeugd en de topteams bij de dames en heren. Het is mijn derde termijn, wat volgens de statuten betekent dat ik over een jaar moet opstappen. Een bloeiende en sociaal veilige jeugdafdeling achterlaten, dat is mijn ambitie.’
Favoriete training
‘Zo goed mogelijk een wedstrijdsituatie simuleren, alle spelers in beweging houden en vooral met veel plezier en inzet trainen. Het is leuk om bijvoorbeeld jongste jeugd te leren hoe ze een blok vormen. Dat is een verdedigingsvorm waarbij sticks plat aan de grond worden gedrukt om een pass over de as van het veld te blokkeren. Jonge kinderen beschikken nog niet over het ruimtelijk inzicht dat daarvoor nodig is. Ik vind het leuk om ze dat bij te brengen. Vooral als ze daarna met een lach en gezonde rode konen naar huis gaan en je ziet dat ze het in het weekend tijdens wedstrijden gaan toepassen.’
Discipline
‘Ik vind discipline belangrijk, of het nu tijdens de training is of tijdens wedstrijden. Gemotiveerd met elkaar sporten, afspraken nakomen en gezamenlijk een doel nastreven geeft plezier. Je houden aan de regels en commitment aan het team zijn hierbij de basis. Afspraak is afspraak. Zelf merkte ik enkele jaren geleden dat mijn motivatie als hockeyer en mijn commitment aan het team minder werden, en er fouten in mijn spel slopen. Daar baalde ik van, want ik wil een foutloze wedstrijd spelen en er vol voor gaan. Dat is altijd zo geweest, en het speelde ook mee bij mijn beslissing om op een gegeven moment met hockey te stoppen. Dat was toen ik niet meer voldeed aan mijn eigen normen.’
Lijf en leden
‘Mijn conditie is gelukkig altijd behoorlijk goed geweest. Van jongs af heb ik veel gesport, onder andere hockey, tennis, hardlopen en in de winter langlaufen c.q. skiën. Ooit daagden een paar vrienden mij uit om ongetraind mee te doen aan hun hardlooptraining. Bleek dat ze ruim 10 kilometer in flink tempo gingen hardlopen. Ik ging kapot, maar wist ze ongetraind toch bij te houden. De spierpijn de dagen daarna nam ik voor lief. Ik heb 2 maanden later met hen de Dam tot Damloop gelopen. Helaas heb ik tijdens het sporten toch ook de nodige blessures opgelopen. Na een val tijdens het skiën was mijn arm uit de kom geschoten. En tijdens een hockeywedstrijd kwam ik ten val, waarna een tegenstander bovenop me viel. Resultaat: sleutelbeenbreuk. Verder ben ik in ruim 40 jaar hockey nog weleens geraakt door een bal of stick, dus hier en daar zitten nog wat kleine littekens en oneffenheden.. tja dat hoort er bij. Of zoals mijn moeder altijd zei: daar word je groot van.’
Gouden tip
‘Sport! En doe dat met plezier. Omdat het goed is voor lichaam en geest. En omdat het verbindt. Een nederlaag duurt bovendien maar even. Soms zie je teams na een dikke nederlaag bedroeft van het veld gaan, maar na een kwartier komt de lach vaak snel genoeg weer terug. Bij de jongste jeugd met limonade en lekker daarna spelen op het oefenveldje of verstoppertje, bij oudere teams met een drankje in de zon op het terras van Qui Vive. Op zo’n moment komen sport en verenigingsleven samen. Zeker de jeugd met veel plezier laten sporten en ze laten zien hoe leuk hockey en een vereniging als Qui Vive (met alle sociale contacten) zijn, dat is precies waarom ik met liefde zoveel tijd in onze club investeer.’
