In onze rubriek CLOSE UP stellen spelers, trainers, bestuurders en vrijwilligers van KDO zichzelf voor. Dit keer is het de beurt aan kantinemedewerker John Plasmeijer (67) uit De Kwakel.
Het overlijden van zijn jongste zoon Andy is een zwarte bladzijde in het leven van John Plasmeijer. Andy leed aan een stofwisselingsziekte en was afhankelijk van intensieve zorg. Vier jaar geleden overleed hij, pas 28 jaar oud. Hoewel de pijn altijd blijft, kan John toch volop genieten van de sportieve verrichtingen van zijn kleinkinderen, die allemaal lid zijn van KDO. Daarnaast draait John de nodige uren als vrijwilliger in de kantine. ‘Zo blijf ik onder de mensen, wat goed is voor mijn gezondheid.’
Wie is John Plasmeijer?
‘Ik ben vader van Diana, Danny en Andy. Verder zijn mijn vrouw Yvonne en ik trotse grootouders van vier kleinkinderen. Ik geniet inmiddels van mijn pensioen, ben dol op gezelligheid, fietsen en theater- en
concertbezoek. Een biertje op zijn tijd sla ik zeker niet af.’
Mooiste sportmoment
‘Als wielerliefhebber denk ik dan meteen aan Joop Zoetemelk, die in 1985 in Italië wereldkampioen op de weg werd. Zoetemelk was toen al 38 jaar oud, wat zijn zege extra bijzonder maakte. Joop zou timmerman zijn geworden als hij niet zo hard kon fietsen. Wat ik altijd in hem heb gewaardeerd, is dat hij zo gewoon is gebleven.’
KDO
‘We hebben een schitterend complex, en daar ben ik trots op. Bezoekers vragen me regelmatig of de kantine soms net nieuw is. Dat is geen gekke vraag, want alles ziet er keurig onderhouden uit. In de jaren ‘90 werd mij gevraagd of ik leider wilde worden bij het F-team van mijn zoon. Ik had totaal geen verstand van voetbal, maar veters strikken, limonade halen en het wedstrijdformulier invullen kon ik wel. Het tactische gedeelte liet ik graag over aan de andere teamleider. In 2002 ben ik begonnen als vrijwilliger achter de bar, eerst op woensdagavond en later ook in het weekend, samen met Yvonne.’
Toekomstvisie
‘We zouden eens moeten nadenken over een beter systeem om te melden dat bestellingen klaar zijn. Nu moeten we door de kantine een nummer brullen als de patat klaar is. Vaak wordt dat niet gehoord, en het gebeurt zelfs dat bestellingen helemaal niet worden opgehaald. Ook de bediening van de geluidsinstallatie en de televisie moet eenvoudiger. Het is nu een wirwar van kabels, kastjes en afstandsbedieningen, en de meeste vrijwilligers werken niet vaak genoeg om te onthouden hoe dat allemaal werkt.’
Blunder
‘Danny, onze oudste zoon, is een groot Feyenoordfan. Als kind heb ik hem ooit meegenomen naar een open dag in De Kuip. Omdat Danny fan was van de Nigeriaanse aanvaller Mike Obiku, wilde ik ze samen op de foto zetten. Toen ik Obiku zag staan, tikte ik hem beleefd op de schouder en duwde Danny in zijn handen. Geweldig, nu heb ik een foto van Danny met zijn grote idool, dacht ik. Even later gaf Danny me een por. Pa, dat was Errol Refos’, zei hij.
Favoriete sportbeoefening
‘Met Yvonne fiets ik graag de Kustroute, een 610 kilometer lange fietstocht die van start gaat in het Zeeuwse Cadzand-Bad. Via de kustlijn loopt de route naar Bad Nieuweschans in Groningen. Per dag leggen we 80 tot 100 kilometer af, onderweg strijken we regelmatig neer op gezellige terrasjes. Laatst liep ons schema vertraging op. Dat was toen we onderweg een echtpaar uit De Kwakel tegenkwamen. Toen zijn er iets meer biertjes en wijntjes doorheen gegaan dan vooraf gepland.’
Anekdote
‘Op een avond stond ik alleen in de kantine. Er werd een portie bitterballen besteld, die ik meteen in het vet gooide. Vanwege de drukte ontsnapte die bestelling aan mijn aandacht. Tot iemand kwam vragen waar de bestelling bleef. Vlug haalde ik de snacks uit het vet en gooide ze op een schaal, met wat mosterd erbij. Helaas bleken de bitterballen van binnen helemaal hol te zijn geworden. Door het veel te lange frituren was de ragout simpelweg verdwenen. Ik heb mijn excuses aangeboden en meteen nieuwe klaargemaakt.’
Bijgelovig
‘Een heel klein beetje. Zo heb ik altijd een talisman in mijn portemonnee zitten. Dat is een tinnen beeldje van ongeveer twee centimeter groot. Toen ik een jaar of tien oud was, heb ik dat gevonden op het land van mijn vader, tijdens het wieden van onkruid. Het stelt Sint Antonius voor, de patroonheilige van … verloren voorwerpen! Tijdens examens had ik die mysterieuze vondst altijd bij me.’
Lijf en leden
‘Ik ben goed gezond en gebruik amper medicijnen. Sportblessures heb ik nooit gehad. Behalve die ene keer dat ik met collega’s ging zaalvoetballen. Ik stond op doel en wilde een bal oprapen. Per ongeluk raakte ik de bal veel te hard met mijn pink. Omdat die meteen begon te zwellen, heb ik gauw mijn trouwring afgedaan. Een dokter constateerde dat mijn pink was gebroken. Mijn pink plus onderarm moesten in het gips, tot voorbij de elleboog. Het werd zomer, ik was lekker bruin. Maar toen het gips was weggeknipt, bleef ik zitten met een melkwitte onderarm.’
Gouden tip
‘Wordt nooit overmoedig, want morgen kan je leven op z’n kop staan. Stel daarom nooit uit tot morgen wat je vandaag kunt doen.’
CLOSE UP is een 2-wekelijkse rubriek die wordt geschreven door onze sporthalbeheerder Peter Klooster.

